Schilderijen:

1: Wij bijeen

Metafysisch portret

Eitempera op papier  62 / 62 cm. 1999

2: Munira

Metafysisch portret

Eitempera op papier 62 / 62 cm. 1999

3: Eeuwige Boeddha   

Metafysisch portret

Eitempera op papier 61 / 76 cm. 2000

4: Mareni

Metafysisch portret

Eitempera op papier 62 / 62 cm. 1999

5: Zoals wij gevieren,

vier kanten inéén zijn

Eitempera op paneel 63 / 69 cm. 2001

6: Ta Ra   

Metafysisch portret

Eitempera op voddenpapier 52 / 50 cm. 2001

Heel stil zit ik op de stoel, innerlijk diep ontroerd door de muziek. Plots is daar dat Wezen, dat voor me staat. Het is lichtend, helder geel en groter dan een mens. Het heeft een heel licht, stralend, rond hoofd.

Het knielt voor me neer en legt het lichtende hoofd tegen mijn voorhoofd aan. Helder licht doorstroomt mijn hoofd.

Het buigt dieper en legt het hoofd in mijn schoot. Ik huil, ik kan alleen maar huilen van ontroering en verbijstering over de liefde, die ik voel. Er is zoveel liefde......

Alsof er totale liefde en volledig respect is voor mijn innerlijk wezen, maar juist óók voor de vrouw, die ik ben.......


De volgende dag teken ik vanuit wat ik ervaren heb en schilder ‘het Lichtend Wezen en ik’.

Uit: Zomaar een vrouw

Deel 2. ‘99

Bij mijn ontdekkingstocht naar de ‘Weg van Isis’, kwam het accent steeds mee te liggen op de weg die het vrouwelijk had te gaan. Het was boeiend om te zien, hoe die weg zich ontvouwde, maar ook hoe ik - ter voorbereiding - steeds meer informatie vond, hoe mensen - door de eeuwen heen - bezig waren geweest met dat verhaal van Isis en Osiris.

Van een vriendin kreeg ik een kopie van een achttiende-eeuws Rozenkruisers-manuscript, waarin de tarot bekeken werd vanuit drie wegen: de Weg van Osiris, de Weg van Isis en de Weg van Horus.

Ook merkte ik in die tijd, dat er ongemerkt Egyptische symbolen in mijn schilderen waren geslopen. Ze voegden zich naadloos in mijn eigen symbolen-wereld.

Uit: Zomaar een vrouw

Deel 2. ‘00

Het is wonderlijk te ervaren, dat ik nu schilder vanuit genoegen, me openend voor schoonheid. Zo lang dacht ik, dat als ik echt gelukkig was, ik niet meer zou kunnen schilderen.

Innerlijke groei, zich eerst vaak uitend in verdriet, pijn en verwarring waren immers zo lang de inspiratiebron om te scheppen en mezelf - al doende - om te vormen naar vrijheid.

Nu ik me echter kan openen voor een innerlijke diepte, die enkel schoonheid wil tonen, lijkt het of ik me open voor een oceaan aan beelden, net of alles er gewoon al is en af en toe zichtbaar wil worden. Voor mijn gevoel nu, is ‘dat wat zich toont’ voorbij ‘eigen gedoe’, een archetypische godenwereld en dieper nog een wereld van zuiver zijn, althans zo ervaar en benoem ik het nu.

Het is vormloos daar in de diepte en veel te ruim voor woorden, maar toch. Wil ik het over kunnen dragen, wat er allemaal leeft in die immense oceaan van mogelijkheid, zal ik het moeten benoemen, om verstaanbaar te kunnen zijn.

Of hoef ik het enkel te schilderen nu, enkel te ontvangen in beelden?

Als ik me zo overgeef aan het schilderen, ben ik in een paradijs, mijn innerlijke Inspirator is mijn Geliefde daar, gelukzaligheid is de pure staat van ons beleven.

Uit: Zomaar een vrouw

Deel 2. ‘01

...... en ik hervond plots, alsof alles in één moment samenviel, een innerlijke herinnering aan een Boeddhistisch leven. Een innige liefde schouwde ik, een tere subtiele leraar-leerling liefde tussen een Lama en een heel pure vrouw. Was dat ook het leven, dat ik me herinnerde in die droom? Het leven waarin ik, op Tibetaans-Boeddhistische wijze, via het innerlijk inwijdingen had ontvangen?

Voor mijn gevoel was dat eeuwen geleden geweest. Kreeg ik deze herinnering nu terug, omdat die me juist nú opnieuw geestelijk wilde voeden?


Uit: Zomaar een vrouw

Deel 2. ‘00

‘Kort na het heel Oude Land leefde ik in het land Egypte, dat men toen Khemi noemde. Lang heel lang geleden is dat, ver voor de tijd, dat er farao’s waren. Tweelingzuster, gemalin en geliefde van Asar was ik. Leven, dood en vernieuwing belichaamden wij ineen, geboren als we waren uit Hemel en Aarde. We waren als de Maan en de Zon, Asar en ik. We regeerden er vorstelijk, gehuld in witte gewaden, sober gesierd met gouden borduursel en kleurrijk edelsteen.


Uit de vertelling: De Weg van Isis.

volgende>9._Zoekende.html9._Zoekende.htmlshapeimage_2_link_0
<vorige7._Kleur.html7._Kleur.htmlshapeimage_3_link_0

Alles wat op deze website staat valt sinds 2009 onder Copyright © van Renate Groen.

Teksten en/of foto’s mogen alleen gebruikt worden na toestemming van Renate Groen. info@renategroen.nl