Die nacht in bed kon ik weer beelden toelaten, het waren verschrikkelijke beelden. Ik begreep dat, wat ik op dat moment schouwde, me er nu van weerhield om echt op aarde te kunnen zijn, als vrouw. Ze weerhielden me ervan echt de vrouw te durven worden, die ik kon zijn.............

......... Maar plots hoorde ik de ‘heel mijn kamer vullende, schallende, juichende woorden’:


‘Uit Mijn Geest heeft zij het Duits verstaan,

dat nu geheel verpulverd uit haar lichaam is gegaan!’


En ik voelde dat er energie úít me stroomde. Uit mijn buik en benen stróómde energie, verliet schokkende energie mijn lichaam!

Had ik wéér een deel van de pijn uit dat vorig leven los kunnen laten? Ik voelde het immers letterlijk uit mijn lichaam gaan!

In een flits vroeg ik me verbijsterd af, hoeveel keer ik dit proces nog moest doormaken, dit steeds weer terugkerende aangaan van dit gruwelijke leven? Uit hoeveel lagen bestond een mens en zijn herinnering?

Als reactie in mijn lichaam voelde ik echter wéér, hoe ik volstroomde met Liéfde. Heling bleek iedere keer ‘erna gevuld worden met Liefde’ te zijn!..........

....... Die nacht tekende ik weer. Op meters rijstpapier tekende ik de ervaringen van die nacht.

Uit: Zomaar een vrouw

Hfds. 8. ‘97

Tekeningen:

1: Onderweg

Twee fragmenten

Kleurpotlood op rijstpapier  390 / 80 cm. 1997

2: Onderweg met vrouwelijke Boeddha Fragment

Kleurpotlood op rijstpapier 170 / 80 cm. 1997

3: Zij

Kleurpotlood op rijstpapier 105 / 110 cm. 1998

4: Re Ni

Kleurpotlood op rijstpapier 85 / 106 cm. 1998

5: Ontwaakt?

Kleurpotlood op rijstpapier 84 / 102 cm. 1998

6: Rema

Kleurpotlood op rijstpapier 75 / 66 cm. 1998

7: Boeddha met Gouden Oren

Kleurpotlood op rijstpapier 98 / 75 cm. 1998

8: Zonder titel

Kleurpotlood op rijstpapier 30 / 40 cm. 1997

Daar in dat houten huisje in the middle of nowhere, voor het eerst van mijn leven helemaal alleen wonend en na vier maanden retraite op het spirituele centrum ook weer in het heel gewone leven teruggeplaatst, ging ik op zoek naar wie ik zélf was en wilde zijn. Met net de kunstacademie achter de rug, ook net alleen - na vijfentwintig jaar huwelijk - en na die diep indringende spirituele ervaringen op het centrum en gedurende mijn reizen, voelde ik een sterke innerlijke behoefte er achter te komen, wie ik nu - in mijn eentje - wérkelijk was en in welke vorm ik daar dan - op den duur - gestalte aan zou willen en kunnen geven naar andere mensen toe.

Dat moest een innerlijk ontdekken zijn, even los van hoe ik het eerst had gedaan, vóór mijn vijftigste, zo vond ik. Misschien zelfs ook even los van al de ervaringen gedurende mijn reizen. In een aantal van die ervaringen had ik immers ook veel energie van mijn leermeesters herkend. Maar wie was ik zelf en zonder hun hulp?

Er op dat moment niet echt voor mijn kinderen kunnen zijn, voelde als iets heel ergs toen, want waar was de liefde dan, die ik zo graag wilde delen?

Maar leren over liefde moest ik nog zoveel. Over liefde naar anderen toe, maar vooral die naar mijzelf toe, moest ik nog zoveel leren. In omgaan met mijzelf was er nog zoveel te ontdekken en te ervaren.

Mijn levensleerproces werd jarenlang hoofdzakelijk een liefdesleerproces, om veel in mijzelf tegen te kunnen komen wat meer open en waarachtiger kon. Maar ook om te merken wat mij tegenhield en waarom, om daarin te kunnen zien en voelen wat ‘en Liefde zal er Zijn’ werkelijk kon betekenen.

Integreren van het stralend heldere Licht, dat ik in mijn voorhoofd had ervaren, bleek een jarenlang proces van ontdekken, voelen, verhelderen, transformeren, accepteren, indalen en opnieuw kunnen vormen te zijn.

Uit: Zomaar een vrouw

Deel 2. ‘98

Wanneer geen strijd mijn deel was

hoe kende ik Uw Glans

Wanneer geen droefheid deel was

van mijn levensdans?


A.J. Sterk

Uit: Zomaar een vrouw

Hfds 11

Waarom houd ik het toch zo vast, alle oude gedachten, alle beperkende oordelen? Of komen ze slechts voorbij, om iedere keer weer en opnieuw te leren zien. Zien wat werkelijk was? Waar was ik toch zo bang voor? En ik tekende het hoofd van een vrouwelijke Boeddha en ernaast een Egyptenaar.

In tijden dat me die angst overviel bleef er, God zij dank, diep in mij wel dat onwrikbaar vertrouwen in het tere geluid dat soms opklonk vanuit de Stilte.

Dat was wat er altijd onverwoestbaar in me overbleef, het was in die tijd mijn enige waarachtige vertrouwen: het kunnen luisteren naar binnen.

Op één van de laatste ochtenden in het gehuurde vakantiehuisje, toen de zon haar licht uitstortte over de velden, genoot ik nog een laatste keer van het weidse uitzicht, zittend op mijn stoel voor het raam, met mijn omslagdoek om en met naast me het gesnor van de petroleumkachel.

De zon deed de wolken smelten, het wittige grijs kreeg een lichtgele kleur. De vogels baadden zich zichtbaar gelukkig op de takken in het zachte en tedere licht van de gouden zon. Het bleke blauw van het heldere noorden piepte door de witte donzen deken van mist, die langzaam verdween.

Het groen werd weer groen en was dat wat het was, na ondoorzichtige momenten vol waterdamp.

Ik tekende mijn laatste tekening op die zo heerlijke plek en gaf hem de titel  ‘Boeddha met de Gouden Oren.

Uit: Zomaar een vrouw

Deel 2. ‘98

De nacht, nadat ik deze zo indringende woorden hoorde, droomde ik, dat ik - ook al was ik al vijftig jaar oud - een kindje kreeg. Ik zag het kindje in mijn buik, want mijn huid was doorschijnend als van glas. Het was een meisje, ze was volgroeid en ze speelde wat met de navelstreng.

Ze wilde eigenlijk geboren worden en brak daartoe zelf de navelstreng door. Ik wilde haar helpen en scheurde het doorzichtige glasachtige vel open en haalde het hoofdje naar buiten. Dat was maar goed ook, want anders was ze misschien wel gestikt in het water.

Zo lag ze even later geboren op mijn buik.


Want Leegte vulde zich

Baarde Liefde.

Liefde was er slechts

In Leegte.


Ik was drie dagen Liefde, zo een totale Liefde, een ervaring die niet te beschrijven is.

Later tekende ik wat ik toen  innerlijk ervoer.  ‘Rema’ noemde ik haar, die ik innerlijk vond,  voelde en vol vreugde ontving en tekende.......

Uit: Zomaar een vrouw

Deel 2. ‘98

Een luisteren was het dat verbondenheid schiep en ook onlosmakelijke verbondenheid deed voelen. Vanuit die Stilte sprak één keer in tijden van erge angst zacht de Stem: Als jij je volledige ruimte inneemt, is dat de Liefde, die je nu ervaart. De Liefde die je bént. Verder is er niets nodig, alleen maar die ruimte innemen’. En ik werd doorweven met Liefde, me openend van binnen uit.

volgende>8._Ontvangend.html8._Ontvangend.htmlshapeimage_2_link_0
<vorige6._Het_tekenen_.html6._Het_tekenen_.htmlshapeimage_3_link_0

Alles wat op deze website staat valt sinds 2009 onder Copyright © van Renate Groen.

Teksten en/of foto’s mogen alleen gebruikt worden na toestemming van Renate Groen. info@renategroen.nl