Schilderijen:

1: Verborgen liefde

Tweedelig. Acryl op Mdf  28 / 25 cm,

30 / 25 cm. 1996

2: Overgang 

Driedelig. Acryl op Mdf  30 / 125 cm,

33 / 125 cm, 25 / 125 cm. 1995

3: Hij was 

Acryl op Mdf  83 / 55 cm. 1995

4: Voorouders

Tweedelig. Acryl op Mdf

2x 50 / 42 cm. 1996

5: Wie durf heeft, brenge mij in beroering

Tweedelig. Acryl op Mdf  55 / 125 cm,

21 / 125 cm. 1995

We brachten het dode lichaam van mijn moeder naar boven,

naar haar kamer. Mijn moeder was daar al. Ze ‘sprak’ me aan en

tot mijn verwondering hoorde ik haar en verstond ik haar met

‘een innerlijk oor’. Ze was zo intens gelukkig ‘zei’ ze, zo volkomen

vrij. Ze was al overal geweest en ging gauw weer verder en weg was ze.

‘s Avonds voordat ik in kon slapen, ‘zat’ ze plots op de rand van mijn bed. Ze zat daar als een ijle wittige gedaante. Ze zag eruit, zoals ze was geweest toen ze zo’n veertig jaar was, haar donkere haar was prachtig opgestoken. We spraken met elkaar en gaven al antwoord, terwijl de vraag nog maar een gedachte was.

Toch sprak ik wel uit, hoe intens gelukkig ik was, omdat zij zich zo heerlijk vrij voelde nu, na al die jaren van opgesloten te zijn geweest, in een lichaam dat zo lang niet echt wilde.

Maar ik merkte ook dat ik, als vanzelf en voor het eerst, ook iets wilde zeggen over mijn eigen verdriet daarom. Immers zij was altijd degene geweest, die het meest had geleden. Over mij was het in onze relatie niet echt gegaan. En ik voelde me weer haar dochter, die het zo vreselijk gevonden had, dat haar moeder nauwelijks meer bij machte was geweest, door haar ziekte, haar liefde te laten voelen. Ik had haar als moeder zo intens gemist. Ik was eigenlijk veel te vroeg en veel te lang alleen maar háár moeder geweest.

Wat er toen allemaal gebeurde is bijna niet te beschrijven. Het was of mijn moeder me haar liefde alsnog gaf. Ik voelde hoe mijn hart openging en haar liefde stroomde volop naar binnen. Het was zoveel, zo ongelooflijk veel. Vierentwintig jaar liefde leek het wel, net zo lang als ze ziek was geweest.

Maar er gebeurde zoveel meer wonderlijks nog en dat was iets, waar ik me, later terugkijkend, nog veel meer over verwonderde. Ik wist niet dat wat ik toen ervoer, mogelijk was voor een mens om zoiets te ervaren. Het voelde als waren we één ziel, één hart, één Liefde met elkaar. Door dát te ervaren loste alles op, alles was goed, er was alleen maar Liefde, alles wás Liefde......


Uit de vertelling: Ode aan mijn moeder. ’94

Pas na twee jaar kon ik mijn vader schilderen, uitbeeldend de fases in hem, die ik had gezien bij zijn overlijden. Ik schilderde hem op drie panelen: één schilderij met het koninklijke wat hij in zich had gedragen, wat ik in hem had geweten.

Op het middelste schilderij gaf ik zijn overgave weer, waarvan ik het gevoel had, dat ik hem daarbij op de een of andere manier ondersteund had en nu misschien ook nog, door hem zo te schilderen. Op het onderste paneel schilderde ik, dat wat overbleef op aarde, het stoffelijk overschot.

Het werden de mooiste schilderijen, die ik tot dan toe maakte, vond ik. Ik merkte tijdens het schilderen, hoeveel ik desondanks van hem had gehouden en ik wist zeker dat hij, hoe dan ook, zeker ook van mij had gehouden. Tot slot schilderde ik het portret van zijn ingeslapen gelaat.

Uit: Zomaar een vrouw  

Hfds. 3. ‘95

Langzaamaan wist ik steeds meer hoe ik ‘dat wat er innerlijk leefde’ wilde uiten en vorm geven. Zo wilde ik die dingen schilderen, die mij het meeste raakten in mijn leven en dat bood zich in die tijd, de jaren ‘95 en’ 96, dus vooral aan in het schilderen van de portretten van de mensen, waarmee ik zulke diepgaande ervaringen beleefd had. Zo schilderde ik het overgaan van mijn moeder in een zwart en een wit beeld.

Wat later schilderde ik ook mijn grootouders. Dat waren nu, na de dood van mijn moeder, háár ouders. Al schilderend besefte ik steeds meer, wat het betekende familie te zijn en familiepatronen te hebben. Ik zag in hoe, binnen mijn familie, mijn moeder, die nogal gekwetst was in haar leven, haar gewond zijn, maar vooral ook haar eigen innerlijke oplossing daarvoor, door had gegeven aan haar kinderen. Zelf ervoer ik haar oplossing als ‘het leven te moeten verdúren’. Mijn eigen reactie daarop was het gevoel van juist ‘verantwoordelijk te zijn’, een gevoel dat jammer genoeg uitgroeide tot ‘verantwoordelijkheid te moeten drágen’. Het leven had ik daardoor eigenlijk heel lang als een veel te grote en een veel te zware klus ondervonden.........

Eerder al, vlak nadat ik mijn vader schilderde, had ik ook zíjn ouders geschilderd, de Rozenkruis-opa en zijn vrouw. Naast het gelaat van mijn opa plakte ik een facsimile van een bladzijde uit de ‘Geheime Figuren der Rosenkreuzer’ uit 1785. Dat was een boek dat mijn vader ooit
helemaal heeft overgetrokken en daarna heeft laten drukken in een heel beperkte oplage. Naast mijn opa tekende ik mijn oma, alleen in contouren met een groot hart erin, omdat mijn oma in mijn herinnering alleen maar een hart vol zachtheid en liefde was. Er onder had ik kenmerkende dagboekfragmenten van mijn vader en zijn vriend en rivaal de beeldhouwer geplakt.

Uit: Zomaar een vrouw  

Hfds. 3. ’95

 
volgende>3._Enkel_zwart_.html3._Enkel_zwart_.htmlshapeimage_2_link_0
<vorige1._Het_begin.html1._Het_begin.htmlshapeimage_3_link_0

Alles wat op deze website staat valt sinds 2009 onder Copyright © van Renate Groen.

Teksten en/of foto’s mogen alleen gebruikt worden na toestemming van Renate Groen. info@renategroen.nl