Vlak voor een uitvaart in een vreemde stad.


In een leeg café

Ik

Alleen.


Het meisje droogt de glazen

Van gisteren

Emaille bordjes tegen het plafond

‘It’s dynamite’

De jukebox speelt.

Bruine vloeren

Houten stoelen rond de tafels

Donkerbruin

Verschraalde lucht.


Ik

Alleen

Op de versleten bank

Jij

In mijn gedachten.


Een broodje ga ik kopen

Aan de overkant.


Ook in een kledingzaak zoeken

Naar iets nieuws....

Weer alleen

Eenzaamheid niet

Alleen


Zonder huid om aan te raken

Zonder glimlach

Zonder oogopslag om in te groeien

Zonder kans van geven.

Ik ben nog zo pril, in mijzelf vond

Ik hen, in mijn diepste wezen stond

Het berkenboompje teer en groen

Ook het veulen, rank op hoge benen.


Als ik hen voel daarbinnen krimp ik ineen

En moet minutenlang stil en zonder tranen wenen.


Als ik mijn vleugels echter spreid

Mijn gebroken hart voorzichtig met wat spuug weer lijm

Dan stroomt het hinniken, het groen

Naar boven, onthult het trillend mijn geheim.

Volmaakt lentegebaar


Fel dampt de zon mijn tuin

Ik dans er een vroege voorjaarswals

Wassend traag nog

Stomend mijn flanken.


Druppels diamanten hun klanken

Op bomen

Takken en kronen.


Uit oneindige verten

Klinken stralend feeërieke tonen.

Het heeft gesneeuwd

Zes maart met grote vlokken.


De zon schijnt fel

Smelt de sneeuw snel

In vluchtig dampen van mijn dak

In grote druppels op al groene takken.


Diamanten schittering kleurt de den ten leven

In volmaakte glans

In goud en blauw en geel op elke tak.


Alles beweegt.


Druppels vallen vol op d’ aarde

Schitterend in late winterdans

Door schenkend gouden zonneschijn

Die node schoonheid baarde.

Vlees en botten alleen

Passies zonder Lied

Zonder lichtende lichamen

Tonen liefdesdronkenschap in leed

Maken fluistering onherkenbaar

In de verloren Stilte van mijn tuin.

Grijs is de nieuwe dag

Doch onverwacht vegen licht

Twinkeling tovert regendroppels

In koor vol schittering.


Verbijsterd vraag ik zacht

Is dit gelukkig zijn?


Het antwoord breekt mijn pijn.

Wind heeft me een huid gegeven

Teer beroerd ze mijn wezen

Bloem heeft me vreugde gegeven

Adem vol geur, klank en kleur.


Spin heeft zijn web in mijn tuin geweven

Een draad draaiend om leven

Voeden, nemen en geven

Vlinder toont me haar vrijheid heel even.

Hebt Ge hen écht verbonden

De twee

Die verlangend elkander zochten?


Heeft de Zon werkelijk de Maan reeds gekust?


Of blijven toch

Duizend aardlagen glimlachen nog

Vanuit vervoering

Eind’ loos wachtend op het groots moment

Waarop Gij in zacht geluid

Hen in mijn hart

Stil fluisterend bekend?

volgende>2._Wie_zijt_Gij.html2._Wie_zijt_Gij.htmlshapeimage_7_link_0

Alles wat op deze website staat valt sinds 2009 onder Copyright © van Renate Groen.

Teksten en/of foto’s mogen alleen gebruikt worden na toestemming van Renate Groen. info@renategroen.nl