Via het schilderen werd me veel aangereikt. Langzamerhand ging ik wateriger, dus steeds vloeibaarder, schilderen. Dat leek wel een stap die nodig was om eigen innerlijke verharding los te kunnen weken.

Ik was al een poosje geleden van het schilderen met acryl overgestapt op het aquarelleren en vond grote voldoening in het directe en onverwachte van het werken met deze verf.

Uit: Zomaar een vrouw

Hfds. 2 . ‘88

Het was in diezelfde eindjaren tachtig dat ik, na een lange vakantie van vier weken, een volgende uiterst belangrijke stap zette. Het eerste wat ik deed, na thuiskomst, was naar mijn atelier gaan om er eindelijk te kunnen schilderen. Ik schilderde mijn innerlijke onrust en noemde het ‘de Oerschreeuw’ en voelde dat daar, in de onmetelijke, innerlijke diepte, luid geroepen werd om erkenning van leven voorbij onrustig verlangen, voorbij verstorende onvrede. Ik besloot manieren te zoeken om gehoor te geven aan het roepen, om hopelijk die altijd weer terugkerende innerlijke onrust te kunnen ordenen.

Op Qigong was ik gegaan bij een leraar, die het ook had over een daarbij passende levenswijze in eten en keuzes maken. Het bracht me, naast rust en vreugde, ook goede delen van bewustzijn terug, waarmee ik opgevoed was. Ik besloot dat ik daar naar durfde, maar vooral ook wilde luisteren.

Uit: Zomaar een vrouw

Hfds. 2

We lazen een periode lang nogal wat boeken van vrouwen van over heel de wereld, die zich aan hun eigen starre cultuur trachtten te ontworstelen.

Thuis ging ik portretten schilderen van mensen uit andere culturen, ook ging ik in de kraam van de Wereldwinkel helpen, die in ons dorp - om de paar weken - op de markt stond.

Op een dag hoorde ik op het nieuws, hoe in Tibet vrouwen gesteriliseerd werden door de Chinezen om geen vrucht meer te dragen, om vooral geen nieuwe Tibetanen op aarde te zetten. Ik was diep geschokt en voelde de pijn als een soort van collectieve vrouwenpijn en hoopte zo, dat het niet waar zou zijn......

Uit: Zomaar een vrouw

Hfds. 2. ‘88  

Rommelig was ik. Mijzelf weer verloren leek het. Labiel voelde dat. Was dat het zwanger zijn van uitingen op schrift of in verf? Het niet weten verstoorde me, het legde me vooreerst lam. Doch


Stilte deed groei vermoeden.

Scheppen bleek groei verstaan.


Het leek of er een nieuwe vorm van ‘zijn’ in mij geboren werd, ontwaakte als het ware. Ontvangenis bleek er te zijn geweest, onbewust nog, dus niet herkend. Het wezenlijk ontvangend kunnen zijn, voorbij die verschrikkelijke haat, die op de bodem had gelegen, was heel teder en voorzichtig wakker gekust. Het ‘zwanger zijn’ was die rommelige en dromerige, langdurige roes geweest!

Want op een dag ervoer ik een heldere kracht om te kunnen baren in beelden, van wat ik ongemerkt aan inzichten ontvangen had en ik schilderde in één grote stroom, wat innerlijk inmiddels schreeuwde om bewust te worden. ‘Dagdroom’, Ontreddering’, ‘Inzicht’ en ‘Wedergeboorte’ schilderde ik, maar ook: ‘Gewekt worden’, een vijfpuntigheid op mijn kruin en ‘Liefde ontvangen vanuit de Kosmos’ en een (toekomstig?) innerlijk evenwicht tussen het mannelijk en het vrouwelijk in mijzelf en noemde dat ‘Grote Stilte’.

Uit: Zomaar een vrouw

Hfds. 2. ‘89

Johannes 4:23-24 kreeg ik als tekst, waarin Jezus zei: ‘Er komt een uur, ja het is er al, dat de ware aanbidders de Vader zullen aanbidden in geest en waarheid: dat zijn de aanbidders waar de Vader naar uitziet. God is geest en zij die Hem aanbidden, moeten aanbidden in geest en waarheid.’

Ik merkte dat, in ‘het invoelen van een tekst’ en ‘vorm kunnen geven aan mijn ervaringen ermee’, een innerlijke bedoeling samenkwam en werd daar erg gelukkig door.

Het bevestigde me sterk in het voortgaan op deze ‘mijzelf steeds meer ont-dekkende’ weg.

Ik probeerde ‘hij die aanbidt in geest en waarheid’ te schilderen. Ik herkende hem ook als een kracht, die in mijzelf huisde. Hij stond symbool voor een bepaald soort innerlijke mannelijke spirituele kennis, waarvan ik wist dat die me soms zomaar, van binnen uit, aangereikt werd. Het was een kennis, die mij  inspireerde en ik liet me er ook wel door leiden. Het schilderij noemde ik ‘de Ingewijde’.

Als een aartsvader was hij voor mij met rond zijn hoofd de tekens van het Hindoeïsme, het Boeddhisme, het Jodendom, het Christendom en de Islam. Deze Ingewijde in mij vertelde mij over het Hart achter alle religies en dat Iets daarvan te vinden was in het ware mensen Hart.


Uit: Zomaar een vrouw

Hfds. 2. ‘90


Schilderijen:

1: Schreeuw

Aquarel 80 / 60 cm. 1989

2: Meisje

Aquarel 70 / 60 cm. 1988

3: Tederheid

Aquarel 70 / 60 cm. 1988

4: Gewekt worden

Aquarel 20 / 17 cm. 1989

5: Liefde ontvangen vanuit de Kosmos

Aquarel 20 / 17 cm. 1989

6: Grote Stilte

Aquarel 20 / 17 cm. 1989

7: De Ingewijde

Aquarel 80 / 60 cm. 1990

Vanaf ‘87 is schilderen een levensvervulling.

volgende>2._Voorouders.html2._Voorouders.htmlshapeimage_2_link_0
<vorigeSchilderingen.htmlSchilderingen.htmlshapeimage_3_link_0

Alles wat op deze website staat valt sinds 2009 onder Copyright © van Renate Groen.

Teksten en/of foto’s mogen alleen gebruikt worden na toestemming van Renate Groen. info@renategroen.nl